Gezicht in de mist

Gezicht in de mist

Door Paul van Loon.

ISBN 9066920866

 

Wat staat er op de achterkant?

Kiezel, met zijn onafscheidelijke fluit, vlucht naar de stad. Hij wordt opgejaagd door Korg, een menselijk roofdier. In de stad ontmoet Kiezel Jessie, een meisje dat ook van huis is weggelopen. Ze is op zoek naar haar broer die in de ban is van Cyril Cobrahm, een mysterieuze sekteleider. Pas als Jessie ontvoerd wordt door sekteleden is Kiezel bereid te accepteren dat hij over bijzondere krachten beschikt. Krachten die hij moet gebruiken om Jessie te bevrijden uit de handen van Cobram.

Citaat uit het boek:

'Getverderrie, wat ben jij lelijk,' zei hij en stootte met volle kracht het zwaard omhoog. De melodie van de sjamaan schalde plotseling op volle kracht over de binnenplaats, het zwaard zong en boorde zich vlak onder de bek in de keel van de slang. Uit de wond golfde zwarte vloeistof naar buiten. Kiezel trok het zwaard terug en kon net op tijd wegkomen. Hij moest zichzelf opzij werpen, want zijn ene voet werkte niet mee. Toen hij omlaag keek, zag hij dat hij één been miste. Het was er gewoon niet meer en ook zijn linkerarm was verdwenen.

Recensie geschreven door Nel Sijmons:

In gezicht in de mist lees je over het wonderlijke avontuur van Kiezel en Jessie. Na een onbezorgde jeugd op de boerderij bij Armando moet hij wegvluchten voor een bruut. Deze bruut Korg vermoordt  zijn vader en spreekt Kiezel aan als sjamaan. Kiezel zelf heeft geen idee wat een sjamaan is. Hij gaat naar de dichtstbijzijnde stad en neemt alleen zijn fluit mee. In de stad woont ook Jessie. Zij gaat ook weg uit haar huis, zo ver mogelijk bij haar verslaafde moeder en dealende vriend vandaan. Jessie gaat op zoek naar haar broer Alfred. Alfred heeft zich aangesloten bij de sekte van Cobrahm. Als Jessie in plaats van haar broer de verslaafde Kiezel vindt, besluit ze hem te helpen. Als hij is afgekickt, met Jessies hulp, wordt Jessie ingelijfd bij de sekte van Cohbram. Kiezel voelt dat het niet goed is en gaat op zoek naar Jessie…

“Zo sloerie ‘,zei Korg.’Jij hebt je maar mooi in de nesten gewerkt. Eigen schuld. Had je je maar niet met onze zaken moeten bemoeien’. Hij liep om de stoel heen en kwam vlak voor haar staan, zodat ze tegen hem op moest kijken.

‘Ik begrijp u niet, ’zei Jessie met trillende stem. Ik heb me nooit met de Cobrahmbeweging bemoeid. Ik…’

‘Hou je niet van den domme!’ De ogen van Korg spoten vuur. Je weet duivels goed dat ik het niet over je familie heb. De sjamaan! Daar heb ik het over. Hij begon rondjes om de stoel te lopen. Ik had hem bijna te pakken, bij het station, maar jij hebt hem meegenomen en ergens verstopt. Natuurlijk was het onze fout dat we zijn signalement niet eerder aan de dealers hadden doorgegeven. Als we geweten hadden, dat hij tussen de junkies verzeild zou raken, hadden we hem al lang te pakken.’

Het boek begint met twee aparte beschrijvingen van het leven van Kiezel en dat van Jessie. Ze lopen elkaar tegen het lijf als Jessie op zoek gaat naar haar broer Alfred. Aan het eind ontdekken Kiezel en Jessie hun liefde voor elkaar.

Zowel Jessie als Kiezel zijn echte personen. Jessie is een gewoon meisje met een moeilijke jeugd en Kiezel is een beetje vreemde muzikant. Van beiden lees je over het gevoelsleven. Je komt meer te weten over Jessie en Kiezel doordat ze in het verhaal terugdenken aan hun jeugd.

In het boek staan geen lange zinnen en weinig moeilijke woorden. Er zijn veel gesprekken. Jessie en Kiezel voeren samen een strijd tegen het kwaad. Door hun liefde voor elkaar kunnen ze problemen overwinnen.

 

Meer lezen van Paul van Loon? Klik dan hier.

Paul van Loon is ook op YouTube te zien.