Wie niet weg is wordt gezien

Wie niet weg is wordt gezien

 

Titel: Wie niet weg is wordt gezien

Schrijfster: Ida Vos

Uitgever: Leopold

Bladzijden:  133

ISBN: 90-258-4953-9

 

Bekroond door zes Nederlandse kinderjury’s

Bekroond met een lag en Wimpel door de Griffeljury

Genomineerd voor de Duitse Staatsprijs voor Jeugdliteratuur

 

Achterkant van het boek:

Stel je voor: je bent elf jaar en je mag niet zwemmen, niet naar school, niet buiten op een bankje zitten, niet naar de bioscoop en niet op straat van ’s avonds acht tot de volgende morgen zes uur… Voor  joodse kinderen, zoals Rachel en Esther in dit boek, was alles wat het leven leuk maakte verboden door de Duitse bezetter, die Nederland in zijn macht had van mei 1940 tot mei 1945. Ida Vos heeft dat allemaal zelf meegemaakt en vertelt hoe het was en vooral hoe het vóélde een joods kind te zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoe het voelde je te moeten verbergen – onderduiken, heette dat – om uit handen van de nazi’s te blijven.

Bron: Wie niet weg is wordt gezien

Recensie geschreven door Esther Baars

Dit boek van Ida Vos is een realistisch boek dat gaat over de oorlog. Heel bijzonder wanneer je beseft dat wat je leeft ook echt gebeurd is. Het is een waar gebeurd verhaal, niets aan verzonnen. Dat maakt dit boek tot een heel bijzonder boek.

Waarschijnlijk heb je best al veel verhalen gehoord over de oorlog. Nu je dit verhaal leest, snap je misschien nog iets meer van alle ellende die er is geweest met de joodse mensen. Ida Vos laat je voelen hoe vreemd het is, dat je niet meer het park in mag of dat je niet meer op een bankje mag gaan zitten, omdat je joods bent. Je vraagt jezelf af waarom de niet-joodse mensen dit goed hebben gevonden. Je kunt je  bijna niet voorstellen, dat de nazi’s dit soort maatregelen hebben kunnen nemen.

Citaat:

Eerst neemt vader de fiets van moeder. Als hij na een paar minuten beneden komt, haalt hij heel snel adem. “Wil je niet liever buiten wachten?” vraagt hij. “Nee pappa, ik blijf hier”. Als vader ook zijn eigen fiets heeft weggebracht, is haar fiets aan de beurt. “Geef maar,” zegt vader. “Er is niets aan te doen. Het kan niet anders”. Ze aait over het bruine zadel. “Dag fiets!” roept ze. “Tot ziens, fiets!” Gemeen is het, gemeen! Lelijke fietsenpikkers zijn het.

Bron: Wie niet weg is wordt gezien

 

De illustraties, foto’s en kopieën van briefjes en documenten uit de oorlog zijn heel bijzonder. Ze laten je echt teruggaan in de tijd van de Tweede Wereldoorlog.

Ik hoop dat je nieuwsgierig bent geworden naar het boek en naar de schrijfster. Aan het einde van het boek kun je nog een interview van haar vinden.

Ida Vos komt haar verhaal wel eens doen op scholen, wie weet kun jij dat ook regelen voor je klas.