De scheepsjongens van Bontekoe

De scheepsjongens van Bontekoe

bontekoe.large.jpg

Titel: De scheepsjongens van Bontekoe

Schrijver: Johan Fabricius

Uitgever: Uitgeverij Leopold Amsterdam, opnieuw uitgegeven in 1994

Bladzijden: 476

ISBN: 9025834590

 

Wat staat er op de achterkant?

Een zeeman verlaat zijn schip niet voordat het onder hem bezwijkt…

Iedere scheepsjongen in de zeventiende eeuw weet dat. Ook Hajo, Rolf en Padde, die op de Oostindiëvaarder Nieuw-Hoorn varen, onder schipper Bontekoe. Maar als het schip in brand vliegt op de Indische Oceaan dan moeten ze wel! Het is 1618 en de kust van Sumatra, waar ze aanspoelen , is nog woest en onbekend. Te voet trekken ze over het eiland, bedreigd door vele gevaren, maar ook geholpen door een inlands meisje. Ten slotte weten ze met een zelfgebouwd vlot over te steken naar Java, waar Nederlandse schepen in de haven liggen.

Dit klassieke en spannende verhaal, gebaseerd op het scheepsjournaal van schipper Bontekoe, werd vele malen herdrukt en in 2008 ook verfilmd

Bron: De scheepsjongens van Bontekoe

Citaat:

“Hajo had met Hilke voor deze morgen een afspraak gemaakt over de levering van een anker op zijn bovenarm.

‘Zo,’ zei Hilke, toen ze het zich in het vooronder gemakkelijk hadden gemaakt, ‘stroop nou maar 'ns netjes je mouw op. Dan zullen we in één, twee tellen een fijn ankertje in je arm prikken! 't Is zonde en jammer dat je 't op je bovenarm wil hebben. Afijn, daar ben je een Friese dwarskop voor.’ En terwijl hij aan het prikken sloeg, vroeg hij; ‘Weet je wel wat het betekent?’

‘Een anker? Nou, je legt er een schip mee vast.’

‘Dat bedoel ik niet. Ik zal het je maar zeggen: een anker betekent: hoop.’

‘Hoop?? Hoop op wat?’

‘Nou op wat maar. Dat je goed in Oostinje mag komen, en dat 't schip niet vergaat.’

‘En komt het uit?’

‘Wat bedoel je?’

‘En als je nou zo'n anker op je... au! - nee, 't was niks, hoor! - op je arm laat prikken, en je denkt erbij: ik hoop dit, of ik hoop dat... komt 't dan uit?’

‘De een zegt van wel en de ander zegt van niet. Maar kwaad kan 't nooit. En 't staat goed, hè? De meisjes zijn er gek op. Vind je het zelf ook niet mooi, zo'n anker?”

Bron: De scheepsjongens van Bontekoe

Recensie van Paul Bosscher:

In dit boek, dat voor het eerst te lezen was in 1923, wordt een avontuurlijke reis beschreven ‘naar de Oost’( Indonesië). Het boek is geschreven over een  reis die in 1618 werd ondernomen door schipper Bontekoe en zijn bemanning, met het houten zeilschip de Nieuw-Hoorn. Voorin het boek zie je een oude kaart uit die tijd. In het boek staan ook tekeningen waaraan je kunt zien hoe  de mensen uit de zeventiende eeuw en het land  eruit  hebben gezien. In het stadje Hoorn in Noord Holland is zelfs een standbeeld van Hajo, Rolf en Padde. Als je het boek leest leef je al snel mee met Hajo, Harmen en Padde die als scheepsjongens de rotklusjes voor de bemanning opknappen. Ze raken bevriend met Rolf, hij is de neef van de schipper en hij schrijft brieven voor iedereen die niet zelf kan schrijven.

Je leert de hoofdpersonen uit het boek goed kennen vooral in het tweede deel als de Nieuw-Hoorn is gezonken na een noodlottige brand. Gelukkig komen de jongens in een jol met andere bemanningsleden die de explosie van het kruit hebben overleefd. Met veel moeite bereiken ze Sumatra. Als ze zich veilig voelen aan land gaat het weer vreselijk mis en zijn ze aan elkaars hulp en vindingrijkheid overgeleverd om hun landgenoten in Batavia terug te vinden. Hoewel er af en toe ouderwetse woorden in staan is het boek zo spannend, dat je het zo snel mogelijk uitleest.

Het boek is in 2008 verfilmd