Domweg gelukkig in de Dapperstraat

Domweg gelukkig in de Dapperstraat

dapperstraat.large.jpg

Titel: Domweg gelukkig in de Dapperstraat

Schrijver: Verzamelde gedichten bijeengebracht door C.J. Aarts, M.C. van Etten

Uitgeverij: Bert Bakker, 2003

ISBN 9035122372

Bladzijden: 295

 

 

 

Wat staat er op de achterkant van het boek?

 

Wie heeft er nooit gezegd “Ik vin je zo lief?” En wie heeft nog nooit gedacht “Ik ben een God in het diepst van mijn gedachten?” Sommige regels keren steeds weer terug. In dromen (“Groots en meeslepend wil ik leven”), in advertenties (“Een nieuwe lente”) of verzuchtingen (“tussen droom en daad staan wetten in de weg”).
Domweg gelukkig, in de Dapperstraat bevat alle beroemde Nederlandse gedichten vanaf het allereerste begin.
Bron: Domweg gelukkig in de Dapperstraat

Citaat:

Een gedicht van J.A. Deelder.

“Beknopte topografie van de Rijnmond

Rotterdam

Schiedam

Vlaardingen

Maassluis

hoekie om

trappie af

gekkenhuis.”

Bron: Domweg gelukkig in de Dapperstraat

Recensie van Paul Bosscher:

In Domweg gelukkig in de Dapperstraat vind je veel min of meer bekende gedichten uit de Nederlandse literatuur. Het boek begint met de eerste dichtregels in het Nederlands ”Hebban olla vogula nestas hagunnan hinase hic enda tu wat unbidat ghe nu”. Gelukkig zij deze dichtregels, evenals alle andere moeilijk leesbare gedichten in oud Nederlands, vertaald in Nederlands van nu  in: “Hebben alle vogels nesten begonnen behalve ik en jij: wat wacht ge nu?”

Als je het boek leest ontdek je grappige dingen. Wist je dat het spreekwoord “Al draagt een aap een gouden ring zo is het toch een lelijk ding’, een dichtregel is die geschreven is in een gedicht van Jacob Cats uit 1632.

De meeste gedichten zijn uit de afgelopen eeuw en geven een overzicht van kindergedichten door Annie M.G. Schmidt tot nieuwe poëzie van Johnny van Doorn.

Natuurlijk is Rotterdam ook terug te vinden in de poëzie. Naast twee gedichten van Jules Deelder vind je ook een gedicht uit 1937 over het oude Rotterdam van voor de Tweede wereldoorlog. Dat het toen ook al een drukke stad was lees je in de eerste vier regels van het gedicht Rotterdam van Jan Prins:

“Te Rotterdam ben ik geboren

Onder de adem van de Maas,

En liep ik, met mijn eigen stilte,

Te midden van het straatgeraas.”

Iedereen kan in deze bundel vinden wat hem of haar boeit. Je zou kunnen beginnen met Domweg gelukkig in de Dapperstraat van J.C. Bloem, een gedicht dat hetzelfde gevoel oproept als de liedtekst ‘Een eigen huis een plek onder de zon’ van René Froger. Probeer het eens…

Wil je meer gedichten vinden die bij jou passen? Klik dan hier