Verantwoording samenstelling website

Lezen

is leuk

 

 

 

 

 

Onderzoek en verantwoording van de website van: E.Baars, D.Blok, M.Boersma, P.Bosscher, S.Creebsburg, N. Sijmons. DNLV1B

Inhoud

Inhoudsopgave

Voorwoord

Inleiding

Wie zijn onze leerlingen?

Wat is het belang van lezen?

Hoe sluiten wij aan bij de interesses van onze doelgroep?

Uitslag van de enquête

Hoe pakken we het leesonderwijs aan?

Conclusie

Evaluatie

Geraadpleegde bronnen

Hoe is de taakverdeling binnen onze groep afgesproken?

Voorwoord

Dit onderzoek is gedaan ter onderbouwing van onze website Lezen is leuk, die wij moesten ontwikkelen voor het vak Jeugdliteratuur. Deze website is bestemd voor de onderbouw van het  vmbo-basis, vmbo- kader en leerwegondersteunend onderwijs  voor  twee scholen in Rotterdam en Barendrecht. Dit verslag had niet tot stand kunnen komen zonder de antwoorden van de leerlingen op de enquête die we hadden uitgezet. Hiervoor onze dank aan de doelgroep. Daarnaast hebben wij veel baat gehad bij de theorie die beschreven staat in de diverse literatuur over het leesgedrag van leerlingen in de onderbouw. De uitvoering van dit project is zeer enerverend en leerzaam geweest.

Inleiding

Het is de taak van het vak Nederlands om leerlingen in aanraking te brengen met allerlei vormen van literatuur. Door middel van literatuur is het mogelijk kennis te maken met de (fantasie)gedachten van anderen, belevenissen in andere tijden, omgevingen en omstandigheden mee te maken. Daarnaast verruimt literatuur je blik, je leert nieuwe werelden kennen en het stimuleert je fantasie. (Bron: Nederland in de onderbouw, Bonset e.a.)

Om hieraan een wezenlijke bijdrage te leveren hebben wij voor een zinvolle invulling  van onze website Lezen is leuk onderzoek gedaan naar de leesvoorkeuren van 12 -16 jarigen in het vmbo- basisberoepsgericht onderwijs, het kaderberoepsgericht onderwijs  en het leerwegondersteunend onderwijs op één school in Rotterdam één in Barendrecht.

Voorafgaand aan dit onderzoek hebben wij grondig literatuuronderzoek gedaan. Met die kennis hebben wij een  gerichte hoofdvraag, deelvragen en een hypothese opgesteld.

Onze hypothese is: Een vmbo ’er houdt niet van lezen.

Onze hoofdvraag is: Hoe stellen we een veelzijdig aanbod samen dat aansluit bij de interesses van onze diverse doelgroep?

Vervolgens hebben wij een enquête uitgevoerd  in de onderbouw van de twee vmbo- scholen. De uitkomst van de enquête hebben wij gekoppeld aan onze hypothese en  hier hebben wij een conclusie uit getrokken. De resultaten van dit onderzoek kunt u in dit verslag lezen

 

Wie zijn onze leerlingen?

Onze doelgroep is gevarieerd, omdat we met zes mensen op vier verschillende scholen of schooltypes werken, die verspreid zijn over de regio Rotterdam.

Mischa Boersma en Paul Bosscher werken bij de Focusberoepsacademie in Barendrecht. Dit  is een samenwerkingsschool tussen de christelijke scholengemeenschap Calvijn en het openbare Daltonlyceum Barendrecht. Het Calvijn was een al bestaande vmbo-school met zowel een basis als een kader niveau. Binnen de school waren in de derde en vierde klas de volgende sectoren:

  1. Handel
  2. Zorg & Welzijn
  3. Sport, Dienstverlening en Veiligheid
  4. Consumptief breed

Binnen Focus dalton zijn daar nog bijgekomen:

  1. ICT-route (2010-2011)
  2. T&C technologie en commercie (2012-2013)
  3. T&D (2013-2014)

Er wordt lesgegeven aan leerlingen met als advies: vmbo- basis, vmbo- kader en leerweg ondersteunend onderwijs. Hun leerlingen hebben allerlei achtergronden: Nederlandse, Turkse, Marokkaanse, Surinaamse, Kaapverdische, Antilliaanse en Afghaanse. Binnen deze achtergronden zijn er ook nog diverse gezindten.

 

Esther Baars en Danielle Blok werken bij Thorbecke VO aan de Tattistraat in Rotterdam -Alexanderpolder. Hier geven zij onderwijs aan het vmbo basis/kader. Een groot deel van de populatie heeft eenindicatie voor leerweg ondersteunend onderwijs. De leerlingen komen uit alle etnische groepen van de samenleving. Op de locatie Tattistraat kunnen de leerlingen kiezen uit het Sportprofiel, de Highschool Dans of de Thorbecke Klassen. De profielen worden in de onderbouw aangeboden. In de bovenbouw (3e en 4e leerjaar) kunnen de leerlingen een sector kiezen. Voor zowel de basisberoepsgerichte leerweg als de kaderberoepsgerichte leerweg geldt: Handel & Administratie, Zorg & Welzijn en Sport, Dienstverlening & Veiligheid.

 

Sherida Creebsburg werkt bij het ROC Zadkine voor de branche Handel in Rotterdam–Oost. Dit is een regioschool en heeft leerlingen uit alle etnische groepen van de samenleving. Sherida geeft *les bij niveau twee en drie aan leerlingen van 16 tot ongeveer 21 die een voltijdopleiding doen.

 

Nel Sijmons werkt in Rotterdam-Feyenoord bij het Albeda college voor de branche Welzijn & Onderwijs. Dit is een regioschool en heeft leerlingen uit alle etnische groepen van de samenleving. Nel geeft *les bij niveau drie en vier aan leerlingen van 16 tot 50+ die een voltijd- of deeltijd opleiding doen.

 

*Voor Nederlands 2F en 3F worden alleen zakelijke teksten gelezen op het mbo. Dus onze website wordt niet voor mbo ‘ers gemaakt. De enquete is dus alleen uitgevoerd in het vmbo.

 

 

Wat is het belang van lezen?

In het basisonderwijs worden de 6000 hoogfrequente woorden aangeboden die noodzakelijk zijn om eenvoudige teksten te kunnen lezen. Daarnaast hebben leerlingen ook laagfrequente woorden nodig, zodat ze ook minder eenvoudige teksten kunnen lezen. “Om goed met teksten uit de voeten te kunnen in het voortgezet onderwijs, moeten leerlingen ongeveer 17.000 Nederlandse woorden kennen. Veel mbo-leerlingen zitten ver onder dit niveau. Toch moet je 95 procent van de woorden van een tekst kennen om die tekst echt goed te begrijpen!”( Kees Broekhof, 2013) Leerlingen in het vmbo komen binnen met een diverse achtergrond. De vmbo-basis leerlingen hebben vaak een kleine woordenschat.

Lezen is een basisvaardigheid voor verder ontwikkeling binnen het onderwijs en om later mee te kunnen komen in de informatiemaatschappij. Zonder een goede leesvaardigheid kunnen leerlingen niet begrijpend- of studerend lezen in het onderwijs, maar kunnen ze ook niet de schriftelijke informatie verwerken waarmee ze door media als kranten, tijdschriften en internet overladen worden.

 

Hoe sluiten wij aan bij de interesses van onze doelgroep?

Om te onderzoeken wat de leerlingen van het Thorbecke en de Focusberoepsacademie leuk vinden om te lezen hebben we een digitale enquête samengesteld. In de enquete stellen we de volgende vragen:

 

  1. Ben je een jongen of een meisje?

 

  1. Vind je lezen leuk?

 

  1. Hoe lang is het geleden dat je een boek gelezen hebt?

 

  1. Hoe vaak lees je een boek?

 

  1. Hoe kies je een boek uit?

 

5.1

Als de voorkant me aanspreekt

5.2

Als de tekst op de achterkant me aanspreekt

5.3

Als ik er goede verhalen over gehoord heb

5.4

Als ik de film ervan gezien heb

5.5

Als het onderwerp me aanspreekt

 

  

  1. Welke soort boeken lees je graag?

6.1

Avonturenboeken

6.2

Waar gebeurde verhalen

6.3

Humor

6.4

Liefdesverhalen

6.5

Sciencefiction

6.6

Griezelverhalen

6.7

Oorlog en verzet

6.8

Verhalen over vroeger

6.9

Informatie boeken

6.10

Dieren

6.11

Sport

6.12

Sprookjes

 

  1. Wat is je lievelingsboek?

 

  1. Waar lees je het liefst?

 Uitslag van de enquête

In totaal beantwoordenden 74 mensen deze enquete.

Statistieken voor vraag 1: Ben je een jongen of een meisje?

Jongen

63.51%

Meisje

36.49%



Statistieken voor vraag 2: Vind je lezen leuk?

Ja

50.00%

Nee

50.00%



Gegeven Toelichtingen

Uit de gegeven toelichting blijkt dat de helft van de leerlingen lezen saai vinden. De andere helft van de leerlingen leest, omdat ze zich op dat moment in een andere wereld wanen en omdat ze zich willen ontspannen met een boek.


Statistieken voor vraag 3: Hoe lang is het geleden dat je een boek gelezen hebt?

Minder dan 1 week geleden

63.51%

Tussen 1 week en 1 maand geleden

36.49%

Tussen 1 maand en een half jaar geleden

0.00%

Tussen een half jaar en een jaar geleden

0.00%

Meer dan een jaar geleden

0.00%



Statistieken voor vraag 4: Hoe vaak lees je een boek?

Elke dag

16.22%

Meerdere keren per week

28.38%

Een keer per week

47.30%

Enkele keren per maand

8.11%

Minder dan een keer per maand

0.00%



Statistieken voor vraag 5: Hoe kies je een boek uit?

5.1

Als de voorkant me aanspreekt

55.41%

 

5.2

Als de tekst op de achterkant me aanspreekt

35.14%

 

5.3

Als ik er goede verhalen over gehoord heb

31.08%

 

5.4

Als ik de film ervan gezien heb

28.38%

 

5.5

Als het onderwerp me aanspreekt

41.89%

 



Statistieken voor vraag 6: Welke soort boeken lees je graag?

6.1

Avonturenboeken

66.22%

 

6.2

Waar gebeurde verhalen

74.32%

 

6.3

Humor

44.59%

 

6.4

Liefdesverhalen

33.78%

 

6.5

Sciencefiction

18.92%

 

6.6

Griezelverhalen

39.19%

 

6.7

Oorlog en verzet

55.41%

 

6.8

Verhalen over vroeger

22.97%

 

6.9

Informatie boeken

12.16%

 

6.10

Dieren

0.00%

 

6.11

Sport

28.38%

 

6.12

Sprookjes

1.35%

 



Statistieken voor vraag 7: Wat is je lievelingsboek?

Uit de antwoorden op deze open vraag blijkt dat degenen die lezen moeten kunnen kiezen uit een breed aanbod, omdat hun leesvoorkeur sterk uiteenloopt van Het leven van een loser (vette pech) Jeff Kinney tot Oorlogswinter van Jan Terlouw.



Statistieken voor vraag 8: Waar lees je het liefst?
 
Uit de antwoorden op deze open vraag blijkt dat degenen die lezen hoofdzakelijk op school lezen, maar ook wel thuis.



© VDR WEB - EnqueteMaken.be – 2013

Zie bijlage.

 

Hoe pakken we het leesonderwijs aan?

 

In ons praktijkonderzoek komt ook naar voren dat de helft van de leerlingen die wij om hun mening gevraagd hebben niet graag leest. Dit komt overeen met de bevindingen in Lezen loont een leven lang “Bijna vijftig procent van de Nederlandse15-jarigen zegt geen boeken te lezen, wat beduidend hoger ligt dan het gemiddeld aantal niet-lezende tieners (37%) in alle 55 deelnemende landen in het PISA-onderzoekvan 2009 (OECD, 2010).” (Suzanne E. Mol & Adriana G. Bus ) We moeten de leesbereidheid dus stimuleren om zo een verdere onderwijsachterstand te voorkomen en waar mogelijk ook in te lopen.

Lezen zorgt voor woordenschatuitbreiding, leesbegrip en technische leesvaardigheden. Goed kunnen lezen, draagt er toe bij dat leerlingen nieuwe teksten sneller zullen begrijpen. Volgens hetzelfde onderzoek moet lezen door veelvuldig oefenen gestimuleerd worden. Dat oefenen kan gebeuren in de vorm van vrijetijdslezen. Als kinderen voor hun plezier boeken lezen in hun vrije tijd, breiden zij hun taal- en leesvaardigheden uit. Opvoeders worden gestimuleerd tot voorlezen, omdat uit diverse onderzoeken, waaronder Lezen loont een leven lang blijkt dat: “Statistische integratie van alle voorleesstudies tot 1994 liet zien dat 64 procent van de voorgelezen kinderen gerekend kan worden tot de vaardigere lezers, terwijl dit voor slechts 36 procent van de kinderen met weinig voorleeservaring geldt.” Volgens M.Hermans kan het bestrijden van onderwijsachterstand hand in hand gaan met leesbevorderende activititeiten. Het is voor onze diverse doelgroep van belang dat wij literatuuronderwijs aanbieden dat zowel voor autochtone als allochtone lezers een aansprekende vorm en boeiende inhoud heeft.

Maar hoe doen we dat? Voor tips raadpleegden we ook het leesbevorderingsprogramma Kunst van lezen. Hieruit nemen we de volgende adviezen over:

  • Ten eerste moeten we onze didactische vaardigheden gebruiken om leerlingen leesstrategieën te leren die hen in staat stelt om een tekst in stappen te doorgronden. Maar ook voorlezen van wat moeilijker boeken in de les helpt om leerlingen te stimuleren.” Zo kan voorlezen gebruikt worden om leerlingen uit hun comfort zone te halen en hen te stimuleren om een volgende stap te maken in hun lees- en taalontwikkeling.”(Kees Broekhof,2013)

 

  • Ten tweede moeten we de interesse voor lezen aan wakkeren en ons verdiepen in boeken met een verhaal, stripboeken en informatieve boeken die aansluiten bij de belangstelling van onze doelgroep.

 

Voor onze vmbo’ers betekent dit dat: ” leerlingen in de eerste 3 leerjaren van het secundair onderwijs graag lezen om aan de werkelijkheid te ontsnappen, gericht zijn op de plot en de verhaallijn, zich identificeren met de personages en zich de beschreven fictionele wereld levendig verbeelden.” ( E.J. van Schooten,2008)

Maar ook waargebeurde verhalen waarmee leerlingen zich kunnen identificeren zijn in trek.Men wil lezen over zaken die aansluiten bij het eigen leven, ook als deze niet prettig zijn, en het lezen geeft het besef van eigen gedachten en gevoelens. Men denkt over zichzelf in relatie tot het ideale of realistische personage in de wereld van het boek. “ ( D.Schram,2002)

Naast verhalende teksten zijn ook informatieve teksten goed bruikbaar. Vooral jongens lezen dit graag om iets te weten te komen over een onderwerp dat hun belangstelling heeft.

Leerlingen met een andere etnische achtergrond zijn vaak wel te motiveren voor lezen, omdat zij zich gestaag omhoog willen werken. Om deze leerlingen te bereiken is het ook voor hen van belang om literatuur te zoeken die verwijst naar herkenbare ervaringen. Uit onderzoek van M. Hermans blijkt dat: ”Mogelijk staat geletterdheid in allochtone gezinnen nog sterk onder invloed van de herkomstcultuur. In veel niet-westerse culturen kent men een rijke orale verteltraditie, met een rijkdom aan verhalen, grapjes en raadsels, sprookjes en poëzie, vaak met een opvoedende waarde.

De schriftcultuur is verankerd in een educatieve traditie, waardoor lezen  voornamelijk gezien wordt als middel voor informatieverwerving. Verder zijn vanuit de godsdienst het memoriseren en reciteren van religieuze teksten gangbare praktijken. “

Als aanbevelingen voor leesbevordering stelt M. Hermans dat bij het werken met multiculturele teksten rekening gehouden moet worden met:

• Voorzie de leerlingen van adequate achtergrondinformatie, die het onderwerp van verschillende invalshoeken belicht.

• Maak niet de fout een leerling als vertegenwoordiger van zijn cultuur te zien. Maak wel gebruik van zijn ‘ervaringsdeskundigheid’, maar geef hem niet het idee dat hij de (enige) expert is op het gebied van die bepaalde cultuur.

• Nodig een schrijver uit op school en laat de leerlingen een boek van deze schrijver voorbereiden. Stel twee leerlingen aan als inleider en discussieleider. Stel een panel samen van een stuk of zes leerlingen die het boek heel goed gelezen hebben, en laat hen hun favoriete passage voorlezen. Nadat ze hun motivatie voor deze keuze gegeven hebben, kan de schrijver reageren. Tot slot kunnen vragen gesteld worden, ook vanuit het publiek."

Conclusie

Het aanbod op onze website moet net zo divers worden als onze doelgroep is.We moeten bij de selectie van boeken wel rekening houden met de leesvaardigheid, maar we mogen ook best een wat uitdagender aanbod neerzetten om leerlingen te prikkelen om uit hun comfortzone te komen.

Als we alle bevindingen uit ons onderzoek op een rijtje zetten komen we tot de conclusie dat we op de goede weg zijn met de samenstelling van de boekenlijst voor onze website. Tot nu toe staan bijna alle genres op de boekenlijst. In de toekomst zou de boekenlijst voor onze website nog wel onderhouden moeten worden en aangevuld moeten worden met informatieve boeken, humor (strips) en boeken over sport.

De doelgroepen van onze scholen zijn zeer divers. Vandaar ook dat we ervoor gekozen hebben om onze boeken te selecteren voor een breed leespubliek. Op onze website komen titels te staan van moderne en klassieke schrijvers uit Nederland, maar ook titels van schrijvers uit andere culturen. Lezers willen zich immers graag identificeren met de hoofdpersoon in een boek.

We gaan ook op zoek naar boeken voor leerlingen die niet van moeilijke boeken houden. Het is een uitdaging om niet alleen onze eigen smaak te volgen, maar ook boeken uit de kiezen die 12 tot 15 jarigen uit de bibliotheek zullen pakken, die een boek zoeken dat er niet zo moeilijk uit ziet.

Boeken die rebellie tegen ouders en leerkrachten centraal stellen spreken 12 tot 15 jarigen aan volgens Jan van Collie. Jongeren herkennen zich in de humor zoals die beschreven is in Het leven van een loser van Jeff Kinnley of in de Hoe overleef ik …serie van Francine Oomen.

Leesvoorkeuren van jongens en meisjes groeien bij het ouder worden steeds meer uit elkaar. Meisjes lezen meer fantasie bijv. David Almond: De schaduw van Skellig en jongens lezen liever misdaad en spanning bijv.Evert Hartman: Gegijzeld.

Door de ontwikkeling van het abstracte denken groeit de interesse voor het verleden. Hierbij passen de klassiekers van Johan Fabricius: De Scheepsjongens van Bontekoe of Thea Beckman: Kruistocht in spijkerbroek.

Bij de keuze van de Young Adult boeken is er vooral gekeken of de doelgroep zich kan herkennen in de aangeboden boeken. Hierbij hebben we de leerlingen van het mbo voor ogen. Dit is een wijd uiteenlopende groep die Nederlands leert op niveau 2F en 3F. Op mbo- scholen wordt bij het vak Nederlands het onderdeel fictie niet aangeboden, maar wordt lezen wel gestimuleerd door met de leerlingen over boeken te praten. Je praat als docent ook over films, want als een boek verfilmd is, kan het er toe leiden dat een adolescent sneller een boek pakt. Na het zien van de 3D film Het leven van Pi, lees je het boek van Yann Martel.

Boeken die geschikt zijn voor adolescenten, hebben als hoofdpersoon bij voorkeur een zestien tot twintig jarige. Deze boeken zouden aanleiding tot discussie moeten geven. De lezer krijgt geen antwoord op, maar nuancering van levensvragen. Deze vragen hebben te maken met innerlijke problemen en diepere levensvragen die te maken hebben met de ontwikkeling van de eigen identiteit. De vragen kunnen geloofsvragen zijn zoals in Dorsvloer vol confetti van Franca Treur, maar ook morele en filosofische vragen zoals in Het diner van Herman Koch.

In historische verhalen kunnen ze op zoek naar maatschappelijke achtergronden en psychologische motieven bijv. De vergelding van Jan Brokken of De jongen in de gestreepte pyjama van John Boyne. Bij een nadere kennismaking met verschillende groepen uit de maatschappij rijzen er vragen over sociale verschillen en discriminatie zoals in Alleen maar nette mensen van Robert Vuysje.

Voor sommige adolescenten moet een boek romantisch, aantrekkelijk en buitenissig zijn, dit verklaart het succes van bijv. De Twilight saga van Stephenie Meyers. Daarnaast komt de esthetische functie ook aan bod in stripboeken.

Ook informatieve boeken zijn bruikbaar. Vooral jongens lezen deze boeken graag om iets te weten te komen over een onderwerp dat hun belangstelling heeft. Wij denken hierbij aan boeken zoals Alle ballen verzamelen van Richard Krajicek, De geheime sleutel naar het heelal van Lucy & Stephen Hawking en De hongerspelen van Suzanne Collins.

De doelgroep is multi-etnisch van samenstelling. Uit het praktijkonderzoek is gebleken dat zij niet graag lezen. Om deze leerlingen te bereiken is het ook voor hen van belang om literatuur te zoeken die verwijst naar herkenbare ervaringen. Om hierop in te spelen hebben wij boeken van schrijvers uit verschillende culturen toegevoegd zoals Eus van Özan Akyol, Boerenkool, baklava en bara van Bénazir:

Evaluatie

Wij hadden verwacht dat vmbo’ers helemaal niet lezen of lezen niet leuk zouden vinden. Dat bleek inderdaad het geval bij 50% van de ondervraagde leerlingen. Uit ons onderzoek is ook naar voren gekomen dat ze steeds voor hetzelfde genre kiezen. Verder is uit de antwoorden gebleken dat school inderdaad toch wel de plek is waar de meeste kinderen in aanraking komen met literatuur.

Als docent geef je een handvat door kwalitatief goede boeken aan te bieden die aansluiten bij de zone van naaste ontwikkeling van je leerlingen. Deze ligt bij iedere leerling iets anders, vandaar dat wij er op gelet hebben dat onze keuze van boeken leesvoer biedt voor leerlingen met een geringe leesvaardigheid tot boekverslinders.

Het aanbod van op hun niveau geschreven recensies op onze website, maakt leerlingen nieuwsgierig naar boeken. Wij willen hiermee bereiken dat ze een boek uitkiezen en meenemen naar huis, zodat ze daar ook gaan lezen naast gamen, chillen en TV- kijken.

Daarnaast hopen wij onze collega’s te inspireren tot het gebruiken en aanvullen van het aanbod, zodat onze website een veelzijdig medium wordt dat gebruikt wordt om de kwaliteit van het literatuuronderwijs binnen onze scholen te verbeteren.

Uit de geraadpleegde bronnen en de enquête zijn we ons bewust geworden dat literatuur een middel is om je eigen wereld los te laten en te verplaatsen in de (gedachten) wereld van een ander. Bovendien verruimt literatuur je blik, je leert nieuwe werelden kennen en het stimuleert je fantasie. Tevens biedt de literatuur ons het inzicht, dat lezen een basisvaardigheid is voor  ontwikkeling binnen het onderwijs.Ook is het een voorwaarde om gedurende het leven informatie te verwerken. Met deze toegevoegde waarde die literatuuronderwijs ons biedt, willen wij voornamelijk de leerlingen de boodschap meegeven:”Lezen is leuk”.

Geraadpleegde bronnen:

  • Leesbeesten en boekenfeesten van Jan van Collie. Derde druk 2000, Davidsfonds/Infodok Biblion uitgeverij,ISBN 90-6565-895-5 en ISBN 90-5483-189-8
  • Juryrapport van de Dioraphte jongerenliteratuur prijs 2013.(16 april 2013) http://www.djp.nl
  • Suzanne E. Mol & Adriana G. Bus. Levende talen jaargang 12, nummer 13, 2011.Lezen loont een leven lang. De rol van vrijetijdslezen in de taal- en leesontwikkeling van kinderen en jongeren.. http://www.academia.edu/
  • Kees Broekhof.( Januari 2013) Meer lezen beter in taal-VMBO. Effecten van lezen op taalontwikkeling, Sardes. Sectorinstituut Openbare Bibliotheken en Stichting Lezen voor Kunst van Lezen.http://www.kunstvanlezen.nl
  • D.Schram.(2002) Moeilijke tekst en moeilijke lezer? Over het lezen van een verhaal op het vmbo op blz. 105-119. en M. Hermans Cultuur en lezen. Verschillen tussen allochtone en autochtone scholieren in leesgedrag en literatuuronderwijs op blz. 155-173 Lezen en leesgedrag van adolescenten en jongvolwassenen Stichting Lezen reeks 5 | verslag van het congres van 23 en 24 mei 2002 georganiseerd door Stichting Lezen en de Provinciale Bilbliotheek Centrale Noord-Brabant Redactie: Anne-Mariken Raukema, Dick Schram en Cedric Stalpers http://www.lezen.nl
    • ·         Schooten, E.J. van (2008). De bevordering van leesgedrag en -attitude. In S. Rutten & A.L. van der Vegt (Ed.), Gelijk en ongelijk in het onderwijs: beschouwingen bij het afscheid van Jo Kloprogge als directeur van Sardes. (pp. 67-75). Utrecht: Sardes. http://www.expertisecentrumnederlands.nl
    • Bonset e.a. Nederlands in de onderbouw.5e herziene druk 2010, Coutinho, ISBN 9789046901922

Hoe is de taakverdeling binnen onze groep afgesproken?

E.Baars, D.Blok, M.Boersma en P.Bosscher nemen de enquete af bij hun leerlingen.S.Creebsburg en N. Sijmons werken het onderzoek uit. P.Bosscher maakt de website. Iedereen schrijft 21 recensies behalve P.Bosscher, hij schrijft 15 recensies vanwege de tijd die hij besteedt aan het maken van de website.